De stad ligt verlaten onder een roodgouden zon.
Een stuk van de muur is ingestort, blootleggend
een oude schacht waar niemand meer komt. De
veteraan loopt erheen, zijn jas vol modder, zijn
gezicht gesloten. Hij weet dat het gevaar hier
ligt, maar hij heeft geen keuze.
Een vrouw verschijnt bij de ingang. Ze noemt
zichzelf "Vrouwen", maar haar naam is niet
belangrijk. Ze draagt een wapen met een lang
donzig gewaad, en haar ogen zijn leeg. Ze zegt
niets, maar haar aanwezigheid verandert de lucht.
De veteraan voelt het: de natuur begint te
reageren op haar aanwezigheid. Bomen beginnen te
trillen, de grond onder hun voeten wordt zacht.
Hij denkt aan de drie vrouwen die hem ooit
hebben gekend. Een arts, een soldaat, een moeder.
Ze zijn allemaal verdwenen, maar hun
herinneringen blijven. De vrouw voor hem zegt
niets, maar haar aanwezigheid brengt hen terug
in zijn gedachten. Hij ziet hoe ze elkaar
bezoeken in de schaduw, hoe ze elkaar omhelsen,
hoe ze zich afwenden. Hij herinnert zich hun
laatste woorden, hun laatste blikken.
Een regenbui valt zonder waarschuwing. Het water
is zuiver, maar het dringt door de kleding en
verkruimelt de grond. De vrouw knielt, raakt de
aarde aan, en de grond begint te leven. Wurmen
kruipen naar boven, planten groeien door het
beton. De veteraan ziet het gebeuren, en hij
begrijpt: deze vrouw is geen mens. Ze is een
overblijfsel van iets dat vóór de oorlog bestond.
Hij probeert te vluchten, maar de weg is
versperd. De vrouw staat voor hem, en in haar
ogen ziet hij de drie vrouwen. Ze kijken hem aan,
en hij weet dat hij moet kiezen. Als hij haar
volgt, verlaat hij de wereld van mensen. Als hij
ontsnapt, verliest hij alles wat hij ooit heeft
liefgehad.
Hij blijft staan. De regen stopt. De grond wordt
hard. De vrouw beweegt niet, maar haar
aanwezigheid blijft. De veteraan houdt zijn
wapen vast, maar hij trekt het niet. Hij ziet de
drie vrouwen in de schaduw, en hij begrijpt dat
hij hen nooit zal verliezen. De natuur heeft hem
gered, maar de cultuur heeft hem gebroken. Hij
blijft staan, en de stad blijft stil.
De regen is verdwenen. De wind draait. De vrouw
is weg. De veteraan blijft staan, en de stad
blijft verlaten.


