De zee heeft de stad verzwolgen. De laatste

menselijke kustlijn is een geïsoleerd eiland

waar alleen de sterksten overleven. De regering

is verdwenen, en de wetten zijn vervangen door

de wil van de sterkste. De vrouwen worden

gevangen in speciale kampen, onder toezicht van

bewakers die geen mededogen kennen.

Een vrouw met een gezicht vol littekens wordt

uit een kamp gesleept. Ze heet Noor, en ze weet

wat er met haar familie is gebeurd. Haar vader

was een leider die tegen de nieuwe orde

protesteerde. Hij werd verdreven, en zijn vrouw

en dochter werden naar het kamp gestuurd. Noor

is de laatste die nog leeft.

De wrede bewaker, een man met een gouden oog,

brengt haar naar een centrale installatie waar

de zee wordt gemanipuleerd. Hij noemt het 'de

zuivering'. Iedereen die niet onder de nieuwe

regels valt, wordt uitgespuwd. Noor wordt

geconfronteerd met de machine die haar vader

probeerde te vernietigen. Ze herkent de techniek

– het is dezelfde als die gebruikt werd om de

stad te verzwelgen.

Ze krijgt een keuze: meewerken aan de zuivering

of sterven. Maar ze weet iets wat niemand weet –

de machine is gebouwd op een oude energiebron

die alleen kan worden gecontroleerd door iemand

met haar bloedlijn. Ze besluit te spelen. Ze

maakt zichzelf tot doelwit, laat zich vastbinden,

en wacht tot de machine actief wordt.

Bij het eerste signaal van energie begint de

machine te knarsen. De bewaker schrikt. Hij

probeert haar te redden, maar het is te laat. De

energie stroomt door haar lichaam, en ze voelt

de herinneringen van haar vader. Ze ziet hoe hij

probeerde de zee te stoppen, hoe hij werd

betrapt, hoe hij werd gedood. Ze herinnert zich

ook het geheim – de machine kan omgekeerd worden.

Ze breekt haar ketenen, rent naar de

controlepanel, en draait de energie terug. De

machine begint te exploderen. De bewaker valt

onder de druk. De zee begint zich terug te

trekken. De andere gevangenen zien het en

beginnen te schreeuwen.

Noor blijft staan. Ze is gewond, maar ze leeft.

De zee is weer een grens, maar deze keer is het

een grens die zij bepaalt. De bewaker sterft met

een laatste blik op haar. Ze hoort hem

fluisteren: "Je bent net zo erg als hij."

Ze loopt weg. De stad is niet meer dan ruïnes,

maar de zee is stil. Ze heeft wraak gehouden. En

ze heeft iets nieuws geschapen.