Het land ligt onder de as van een onbekende

oorlog. Steden zijn verlaten, technologie is

vernietigd, maar de natuur herstelt zich. De

laatste overlevenden leven in kampen, waar het

gezag wordt bepaald door wie het meest kan

schieten of liegen.

Een vrouw, die nooit kon lezen of schrijven,

ontdekt dat ze dromen heeft die niet van

haarzelf zijn. Ze ziet steden die nog bestaan,

mensen die nog leven, en een toekomst die anders

is dan de huidige. Ze noemt zichzelf 'de

visionaire dromer', maar niemand gelooft haar.

In het kamp waar ze woont, worden vrouwen

gebruikt als handelswaar. Ze wordt aangeboden

aan een leider die macht wil winnen door hun

dromen te verkopen. Ze weigert. In plaats

daarvan vlucht ze met een groep jonge mensen

naar het westen, waar een legende zegt dat een

oude technologie nog werkt.

Ze reist door verlaten wegen, voedsel zoekend in

de resten van de oude wereld. Iedere nacht

droomt ze van een plek waar vrouwen vrij zijn.

Een keer, in een ruïne, vindt ze een boek. Het

is geschreven in een taal die ze niet begrijpt,

maar de tekeningen zijn duidelijk: vrouwen die

leiden, die denken, die kiezen.

Ze ontmoet een man die beweert dat hij de

laatste historicus is. Hij vertelt haar dat de

oorlog niet door een vijand kwam, maar door een

systeem dat de mensheid uitschakelde. De

regering was niet alleen, maar had een geheime

organisatie die de controle wilde nemen. De

dromen zijn een overblijfsel van die tijd – een

wapen tegen de nieuwe orde.

Ze besluit om een expeditie te starten naar de

locatie van de laatste wetenschappelijke

instelling. Ze weet dat het gevaarlijk is, maar

ook dat het de enige kans is om te weten wat er

echt gebeurd is. Ze neemt een kleine groep mee,

onder wie een jonge vrouw die haar dromen ook

ziet.

Tijdens de reis ontdekt ze dat de regering al

jaren lang mensen ontvoert om hun dromen te

analyseren. Ze ontmoet een oude professor die de

oorlog overleefd heeft. Hij vertelt haar dat de

dromen niet zomaar zijn – ze zijn een

herinnering, een code die kan worden gebruikt om

het systeem te doorbreken.

Ze bereikt de instelling, maar het is verlaten.

Er is niets meer over dan ruïnes en een enkel

apparaat dat nog werkt. Ze probeert het te

activeren, maar het vereist een persoonlijke

herinnering. Ze droomt van haar moeder, die haar

leerde dat dromen kracht zijn. Het apparaat

ontwaakt.

De dromen beginnen te verschijnen in de lucht.

Mensen zien hen, horen hun stemmen. De regering

probeert het te stoppen, maar het is te laat. De

dromen zijn losgelaten. De vrouwen beginnen te

denken, te spreken, te kiezen.

De vrouw keert terug naar het kamp. Ze zegt dat

het einde van de oorlog is. De regering is

gebroken. De dromen zijn vrij. De anderen kijken

haar aan, niet met angst, maar met hoop. Ze ziet

dat ze niet alleen is. De droom is geworden.