De stad is leeg. Alleen hij blijft staan. De

lucht ruikt naar roet en metaal. De straten zijn

versperd door stukken van een muur die nooit

moest vallen. Hij herkent het niet, maar het is

zijn eigen wijk. Het is 2045, maar het voelt

alsof de tijd is gestopt.

Hij wordt opgeschrikt door een geluid dat geen

geluid is. Een stem die in zijn hoofd groeit.

Het zegt: "Je bent er nu." Hij

probeert te lopen,

maar zijn benen gehoorzamen niet. De lucht trekt

zich samen rondom hem, alsof iets binnenin hem

zichzelf ontwaakt.

Hij ziet mensen opnieuw verschijnen. Ze lopen

zonder te zien. Ze spreken zonder te horen. Ze

zijn allemaal vergeten. Hij is de enige die zich

herinnert. De regels zijn veranderd. Het is niet

meer de wereld van vroeger. Het is een wereld

waarin geheugen en herinnering niet langer

werken zoals ze moesten.

Hij zoekt naar een plek waar hij zich veilig kan

voelen. Hij vindt een oude kelder onder een

gesloten winkel. Er zit een briefje op de muur

geschreven in zijn eigen handtekening: "Als je

dit leest, weet je wat je moet doen." De brief

is vijf jaar oud, maar hij heeft hem nooit

gezien.

Hij ontdekt dat hij een "stille getuige" is.

Iemand die alleen kan zien en horen als anderen

hun gevoel verliezen. Het is een ongebruikelijke

toestand, maar het is niet nieuw. Iemand anders

heeft het ook meegemaakt. Iemand die nu dood is.

De laatste keer dat hij leefde, was in 1938. In

een andere tijd, een andere wereld.

Hij moet kiezen. Hij kan terugkeren naar zijn

oude leven, waar niemand meer weet wie hij is.

Of hij kan blijven en proberen te begrijpen

waarom hij hier is. Hij kiest voor de tweede

optie. Maar de keuze kost hem iets. Zijn emoties

worden stilgelegd. Hij voelt niets meer. Niet

van liefde, niet van verdriet, niet van haat.

In de kelder schrijft hij zijn laatste woorden

op de muur. Ze zijn niet voor iemand anders. Ze

zijn voor hemzelf. Hij weet dat hij dit nooit

zal kunnen herstellen. Maar hij weet ook dat hij

niet meer alleen is. Iemand else ziet hem.

Iemand else hoort hem. En misschien, op een dag,

zullen ze elkaar vinden.