De uitvinder Joris Verhoeff ontwikkelt een

apparaat dat elektriciteit kan opslaan zonder

kabels. Het wordt geheimgehouden in een atelier

in Amsterdam. De oorlog is nog niet aangebroken,

maar spanning zit in de lucht.

Een ambtenaar van het koloniale bestuur ontdekt

het apparaat en dringt aan op een demonstratie.

Joris weigert, bang voor de gevolgen. De

ambtenaar dreigt met straf.

Tijdens een feest in Den Haag ontmoet Joris een

journalist die hem overtuigt om het apparaat te

laten zien. Hij doet het, maar het systeem

breekt door een onverwachte stroomstoot. De zaal

raakt in paniek.

De journalist publiceert het verhaal, waardoor

het apparaat bekend wordt. Politici en generaal

Korteweg willen het controleren. Joris wordt

gearresteerd onder de verdenking van spionage.

In de gevangenis ontmoet hij een commissaris die

een oude vijand van zijn vader is. De

commissaris biedt hem vrijheid als hij de

technologie levert. Joris weigert, maar krijgt

een ultimatum.

De technologie wordt gebruikt om de koloniale

regio's te versterken, maar ook om de eigen stad

te beveiligen. De regering maakt gebruik van het

apparaat om politieke tegenstanders te isoleren.

Joris vlucht naar een boerderij in het noorden,

waar hij de technologie vernietigt. Hij laat een

brief achter met de waarheid over wie er echt

achter zat. De brief wordt gevonden door een

jonge student die later president wordt.

De wereld blijft veranderen, maar de vinder

blijft alleen. De technologie is verdwenen, maar

de invloed blijft. De geschiedenis herinnert

zich de eenzame uitvinder als een symbool van

onafhankelijkheid.