De man komt terug naar Den Haag na jaren in de

Indiëse kolonie. Zijn gezicht is verwrongen door

een ongeval, maar hij draagt een zilveren ring

met een merk dat alleen bij oude families

voorkomt. Hij zoekt werk als leraar, maar wordt

geweerd door schoolbesturen. De stad leeft in

spanning: de oorlog is nog niet voorbij, en de

koloniale invloed verzwakt.

Hij ontmoet een vrouw in een kroeg aan de Nieuwe

Kerk. Ze herkent het merk op zijn ring. Ze zegt

dat hij geen mens is, maar een wedergeboorte uit

een oude familie die in de 19e eeuw een vloek

uitsprak tegen de koloniale macht. Ze vertelt

dat hij moet terugkeren naar het dorp waar zijn

voorvaderen kwamen, of de vloek zal zichzelf

voltooien.

Hij weigert. Maar de nachten worden donker. Hij

ziet beelden van een veldslag, van brandend hout,

van mensen die sterven terwijl hij niets kan

doen. Zijn handen trillen zonder reden. Hij

begint te geloven dat hij geen controle meer

heeft over zijn eigen lichaam.

Toch blijft hij in Den Haag. Tot een jonge meid

uit een arme wijk hem opzoekt. Ze zegt dat ze

zijn dochter is, geboren in de kolonie, maar

nooit gekend. Ze heeft dezelfde ring. Ze zegt

dat de vloek haar verplicht om hem te vinden, of

ze zal sterven. Hij probeert haar weg te sturen,

maar ze blijft.

Op een avond, onder de brug van de Rijn, trekt

hij haar mee. Ze zegt dat ze wil dat hij haar

laat zien wat hij weet. Hij weigert. Ze valt in

de rivier. Hij springt erin, maar de stroming

trekt hen beiden mee. In het water ziet hij zijn

vader, die hem roept. De vloek is voltooid.

Hij ontwaakt in een ziekenhuis. De vrouw is

verdwenen. De meid is dood. Hij krijgt een brief

van een rechtszaak: de koloniale regering eist

zijn land terug. De vloek is nu een wet. Hij kan

geen bestaan meer opbouwen. De stad neemt hem

niet meer aan.

Hij vlucht naar het platteland. Daar vindt hij

een boerderij die zijn voorouders eigende. De

grond is onvruchtbaar. De vloek eist zijn kracht.

Hij moet kiezen: blijven of verdwijnen. Hij

kiest voor het einde. De laatste nacht schrijft

hij een brief aan de vrouw die hem kende. Hij

legt de ring in het vuur. De vloek sterft. Hij

sterft met haar.