De stad staat onder dreiging van een nieuwe

regering die de oude orde wil vernietigen. De

man, een voormalig docent die zich in de jaren

'20 had aangesloten bij een vrijheidsbeweging,

ontdekt dat zijn oudste vriend een geheime lijn

met de nieuwe autoriteiten heeft. Hij wordt

gedwongen om te kiezen tussen loyaliteit en

wraak.

De stadsbibliotheek, een symbolische plek voor

intellectuelen, wordt gesloten. De man moet daar

een document verstopt houden dat de basis kan

vormen voor een nieuw bewustzijn. Hij weet dat

hij er alleen in kan slagen als hij de waarheid

over zijn vriend onthult, maar dat betekent ook

dat hij zichzelf blootstelt aan de nieuwe macht.

In de nacht van de zeventiende april, tijdens

een luchtalarm, brengt hij het document naar een

oude kerk buiten de stad. De lucht is donker, de

luchtalarmgrote schreeuwt door de straten. Hij

ziet zijn vriend in de duisternis, met een

pistool in de hand. Ze kijken elkaar aan zonder

woorden. De man laat het document vallen. Het

wordt meegenomen door de wind.

De volgende dag verschijnt het document in een

krant, met een brief van de man die zegt dat de

waarheid nu openbaar is. De regering reageert

met arrestaties, maar ook met een nieuw beleid

dat de vrijheid van meningsuiting beperkt. De

man verdwijnt in het niets, maar zijn actie

leidt tot een groeiend bewustzijn onder de

jongeren. De stad blijft stil, maar de oorlog is

begonnen.