De stroomvoorziening in de stad stopt midden in

de nacht. Mensen blijven stil, alsof ze wachten

op iets dat nooit komt. In een appartement boven

een kruidenier ontwaakt een man met geen

herinnering aan gisteren. Zijn handen zijn vuil,

zijn kleren vies. Op tafel ligt een briefje:

"Wakker worden. De tijd is anders geworden."

Hij loopt naar het raam. De straat beneden is

leeg, maar de huizen staan er nog. Het is alsof

de tijd is gestolen, maar het gebouw niet. Een

vrouw in een ouderwets jasje staat onder het

raam. Ze zegt niets. Ze kijkt alleen. Hij

herkent haar gezicht, maar niet haar naam. Ze

draagt een ring met een oude familiezin. Hij

herinnert zich dat hij die ring ooit heeft

gezien, lang geleden.

In de keuken vindt hij een foto van zichzelf met

een andere vrouw. Ze glimlacht, maar haar ogen

zijn leeg. Op de achterkant staat geschreven:

"Jij bent de laatste." Hij probeert te

denken,

maar elke gedachte wordt tegengehouden door een

knagende pijn in zijn hoofd. Iets is veranderd.

Iets is weggehaald. Hij weet niet wat.

De volgende dag ontmoet hij een man die zichzelf

'De manipulatieve verleider' noemt.

Hij zit op

een bank voor een sluiting. Hij zegt dat de

stroom niet terugkomt, dat de tijd is verandert,

en dat de man een keuze moet maken. De verleider

biedt hem een kans om terug te gaan naar hoe het

was. Maar de prijs is zijn herinneringen. Alles

wat hij weet, moet hij verliezen.

De man weigert. Hij wil weten wie hij is. De

verleider glimlacht. Hij zegt dat de man niet

begrijpt wat hij heeft verloren. Dat hij een

familie had, een liefde, een leven. En dat hij

nu alleen is. De man voelt een steek in zijn

borst. Hij weet niet of het verdriet is of angst.

In een oud archief onder het station vindt hij

een document met zijn naam. Het is een verslag

over een experiment dat in 1943 is uitgevoerd.

Het noemt een "tijduitval" en een

"vergankelijke

identiteit". De man leest het en voelt zijn hart

kloppen. Hij weet dat hij iets moet doen. Hij

moet de waarheid vinden, ook al kost het hem

alles.

In een donker kelderhuis ontmoet hij een vrouw

die zegt dat ze zijn zus is. Ze vertelt dat hun

vader een wetenschapper was die probeerde de

tijd te beheersen. Dat de stroom niet stopt,

maar dat het land zelf is veranderd. Dat de tijd

niet meer lineair is, maar een netwerk. Dat de

man niet alleen is, maar dat hij is gekozen om

te herstellen wat verloren is gegaan.

Ze geeft hem een kaart met een adres. Het is een

plek waar de tijd nog werkt zoals het moest.

Maar de kaart is beschadigd. Enkele letters zijn

weggevallen. Hij moet raden welk adres het is.

Hij maakt een keuze. De kaart wijst naar een

huis buiten de stad. Hij gaat daarheen.

Buiten de stad vindt hij een huis met een scherm

dat flakkert. Er zit niemand binnen. Maar op de

muur staat een briefje: "Je bent veilig. Maar je

bent niet wie je dacht." Hij ziet zijn

spiegelbeeld in het scherm. Het is niet

hetzelfde als het gezicht dat hij kent. Het is

ouder, somberer. Hij weet niet of het zijn

toekomst of zijn verleden is.

Hij blijft daar. Hij wacht. De tijd is anders

geworden. Maar hij is nog hier. En hij weet dat

hij moet kiezen. Niet tussen het verleden en de

toekomst. Maar tussen wie hij was en wie hij nu

is.