De stad is een gecommuniceerde woonplaats waar
elke woning verbonden is via een netwerk van
lichtstralen. De technologie is ouder dan de
oorlog, maar werkt nu met beperkte energie. De
rebelse erfgenaam wordt opgevoed in een huis
zonder licht, afgesneden van het netwerk.
Ze ontdekt een oude schakelaar onder de vloer,
ingesloten in een kist van ijzer. Het is een
overblijfsel uit de tijd van de oorlog, toen de
stad nog onafhankelijk was. Bij het aanraken
begint het netwerk te trillen, en het licht in
de buurt verdwijnt.
Haar vader, een ingenieur die voor de stad
werkte, had een geheim: hij had een
stroomonderbreker gebouwd om de stad te
beschermen tegen invasies. Maar de onderbreker
was niet volledig geactiveerd. De erfgenaam moet
beslissen of ze het apparaat aanzet, wat de stad
zou kunnen bevrijden, of het laat staan, wat de
controle blijft.
In het donker verschijnen figuren die haar
ouders hebben gekend. Ze zeggen dat de stad niet
veilig is zonder het netwerk, maar ook niet
zonder het geheim. Een man met een masker brengt
haar naar een ondergronds station, waar de oude
stroomonderbreker al jaren staat. Hij zegt dat
haar vader hem heeft vertrouwd, maar dat hij nu
de keuze moet maken.
Ze weigert het apparaat aan te zetten. In plaats
daarvan ontgrendelt ze een oude verseegelde
ruimte in het station, waar een oude versie van
het netwerk ligt. Ze activeert het, maar niet
volledig. De stad krijgt weer licht, maar alleen
in een deel van de wijk. De andere delen blijven
donker, en de macht verandert.
De erfgenaam blijft in het donker, maar nu weet
ze waar de echte kracht zit. De stad is niet
meer één systeem, maar twee. De oude technologie
is geen ongeluk, maar een bewuste keuze. De
nieuwe regering wil de oude stroomonderbreker
vernietigen, maar de erfgenaam houdt het geheim
verborgen. De stad leeft verder, maar niet zoals
eerst.


