De stad ligt in puin. De straten zijn leeg, het

licht uit. De laatste zender die nog werkt,

zendt een signalencode uit die niemand begrijpt.

Een man, lang en mager, staat voor een oude

computer in een verlaten kantoor. Hij heet Jan.

Zijn hand trilt als hij op de knop drukt. Het

scherm flikkert. Er verschijnt een bericht:

"Laatste expedite. Noodroep."

Hij heeft geen keuze. De regels zijn duidelijk:

niemand mag de toekomst verlaten zonder

toestemming. Maar deze expedite is niet van de

overheid. Het is van een vrouw die hij jaren

geleden verloor. Ze heet Els. Ze was de trouwe

metgezel van een wetenschapper die probeerde de

tijd te manipuleren. Toen de experimenten faalde,

werd ze verdwenen. Nu komt het bericht terug.

Het is de eerste keer dat een toekomstige

boodschap doorheen komt.

Jan stapt in een oud vrachtwagen. De motor

sputtert. Hij rijdt naar het oosten, waar de

laatste veiligheidscorridor nog open staat. Op

de weg treft hij een groep soldaten. Ze houden

hem tegen. Hun kapitein zegt: "Je weet wat de

regel is. Geen reizen zonder toestemming." Jan

haalt een document tevoorschijn. Het is een

papier met een code. De kapitein kijkt er niet

eens naar. "Geen tijd," zegt hij.

"De tijd is

niet meer stabiel. Je gaat dood."

Jan rijdt door. De lucht wordt donker. De lucht

is vol met elektrische bliksemschichten. Hij

ziet een gebouw aan de horizon. Het lijkt op een

laboratorium. Hij herkent het. Het was het

laboratorium van de wetenschapper. Hij springt

uit de auto. De deur zit op slot. Hij duwt tegen

de muur. Het bouwwerk trilt. De tijd breekt door.

Een gat verschijnt in de wand. Jan klautert

erdoor.

Binnen is het donker. Het licht van de computer

is het enige dat nog werkt. Op het scherm

verschijnt een nieuw bericht: "Niet te

vertrouwen. Moreel verval." Jan ziet een foto.

Het is Els. Ze zit in een kamer. Haar ogen zijn

gesloten. Ze zegt niets. De tijd is stil. De

regels zijn veranderd. De toekomst is niet meer

lineair. Het is een netwerk van mogelijkheden.

Els is hier omdat ze wilde zien hoe het zou

eindigen. Ze zag het verval. Ze wilde

waarschuwen.

Jan loopt naar haar toe. Ze wacht. Ze zegt niets.

Hij pakt haar hand. De tijd trekt hen mee. Het

gebouw stort in. De wereld verandert. De regels

zijn veranderd. De toekomst is nu een plek waar

niemand meer kan wonen. De moreel verval is

gebeurd. De expeditie is voltooid. Jan en Els

verdwijnen in het licht. De stad blijft in puin.

De zender dooft. De tijd is stil. De regels zijn

veranderd. De wereld is anders geworden.