Een jager in het woud vindt een kist met een
glas dat zingt. Het wordt gebracht naar een stad
waar de wetten van de natuur zijn veranderd. De
lucht is zwaar, de rivieren vloeien tegen de
stroom in. Een vrouw, onbekend maar met een naam
uit het verleden, ontdekt dat het glas haar
dromen kan verwezenlijken. Ze begint te geloven
dat ze iets groots kan bereiken.
De stad raakt in chaos. De regering valt weg, de
straten worden overgenomen door groepen die geen
ideeën meer hebben. De vrouw blijft stilstaan
bij het glas, maar het begint te knarsen. Iemand
probeert het te stelen. Ze weet dat het niet
veilig is, maar ze wil het niet kwijtraken. De
kracht in het glas laat haar zien wat er gebeurt
als ze het loslaat: een nieuwe tijd, een nieuwe
wereld, maar ook een nieuwe oorlog.
Ze maakt een keuze. Ze breekt het glas. De lucht
verandert weer, de rivieren stromen terug. De
stad herstelt zich, maar de vrouw is veranderd.
Ze heeft geen dromen meer, alleen herinneringen.
De kracht is verdwenen, maar de impact blijft.
De mensen spreken erover alsof het een legende
is. Ze blijft in de stad, nu als iemand die
niets meer wil veranderen.
Een regel is gebroken: niemand mag het glas meer
aanraken. De andere regel is dat de dromen van
de vrouw nooit meer mogen worden gehoord. Ze is
de enige die weet hoe het werkt, en ze zegt
niets. De stad leeft verder, met een stilte die
niemand begrijpt. De vrouw ziet haar
spiegelbeeld en ziet geen droom meer, alleen een
leven dat ze zelf heeft gekozen.


