De stad ligt stil onder een roodgouden

zonnestraal. De klokken rinkelen niet meer, maar

het uur wordt bepaald door de ziel. De mensen

dragen vingers met ingebrande uren, en als ze te

lang wachten, verdwijnen ze uit de tijd.

Een vrouw zoekt haar dochter, die verdwenen is

op de dag dat de klokken stopten. Ze weet dat de

kinderen die verdwijnen, niet dood zijn, maar

naar een andere tijd zijn gestuurd. De regels

zijn duidelijk: alleen wie de juiste tijd kan

lezen, kan terugkeren.

Ze ontdekt dat haar dochter een "

klokkendochter"

is, geboren met een eigen tijdsysteem. De

regering heeft het geheim onderdrukt, maar de

ouderen weten het: de klokken zijn niet kapot,

ze zijn opnieuw aangesloten op een ander netwerk.

De jongeren die verdwijnen, zijn degenen die te

veel tijd hebben verdiend.

De vrouw stapt in de ondergrondse markt, waar

tijd wordt gekocht en verkocht. Ze betaalt met

een jaar van haar eigen leven om een uur van

haar dochter te kopen. De handel gaat schuil

onder een kerk, waar de priester de tijd leest

en beslist wie er terug mag.

Maar de priester herkent haar. Hij was ooit haar

man, die ook verdwenen is. Hij had de tijd

willen veranderen, maar werd zelf vastgepakt in

een eeuwige nacht. Nu laat hij haar weten dat de

klokken alleen kunnen worden gerepareerd door

iemand die geen tijd meer heeft.

Ze neemt de plaats van de priester aan. De

klokken beginnen weer te luiden, maar de tijd

vloeit nu in de verkeerde richting. De stad

begint te vervagen, en de mensen die te lang

wachten, verdwijnen voor altijd.

De dochter keert terug, maar de vrouw blijft

achter. Haar tijd is op. De klokken sterven met

haar, en de stad raakt in chaos. De regering

probeert de tijd opnieuw te reguleren, maar de

klokken zijn verbroken. De tijd is vrij.

De dochter loopt weg, met niets dan een uur op

haar vinger. De stad ligt in puin, en de tijd is

een willekeurige kracht. De regels zijn verloren,

en niemand weet hoe het moet beginnen.