De stad verandert als de maan volloopt. Lichtjes
dansen in de straten, maar niemand herinnert
zich hoe het begon. De vrouwen dragen stoffen
die niet bestaan in de echte wereld, en hun
stemmen klinken alsof ze uit een droom komen.
Een meisje met een blauwe oogzak loopt door de
pleinen. Ze heet Nelly, maar dat weet niemand
meer. Haar handen trillen als ze de lucht
aanraakt, alsof ze iets voelt wat er niet is.
Een man volgt haar vanaf de hoek. Hij draagt een
jas met een rood lint, en zijn blik is leeg. Hij
noemt zichzelf de Meedogenloze Tegenstander.
In de oude bibliotheek onder de stadhuisplaza
wordt een nieuwe regel geïmplementeerd: wie
liefde toont, verliest zijn herinnering. De
regel is oud, maar hij wordt nu weer krachtig.
De meeste mensen weten het niet, maar de vrouwen
weten het wel. Ze houden hun ogen neergeslagen
en fluisteren geen woorden.
Nelly ontmoet een man die zich herinnert. Hij
zit in een hoek met een boek dat niet bestaat.
Zijn naam is Adriaan, en hij zegt dat hij haar
heeft gezien in een andere tijd. Hij biedt haar
een keuze: blijven in deze wereld of terugkeren
naar de werkelijkheid. Maar de Meedogenloze
Tegenstander ziet hem. Hij pakt een mes en
steekt het in Adriaans borst. De bloedvlek op de
vloer groeit snel.
De vrouwen beginnen te huilen. Hun tranen vormen
een nieuw pad door de stad. Nelly volgt het. Ze
komt bij een poort die niet eerder bestond. Aan
de andere kant staat een land zonder tijd, waar
liefde geen risico is. Maar de Meedogenloze
Tegenstander wacht daar ook. Hij zegt dat de
grenzen niet mogen worden overschreden. Hij
trekt een pistool.
Nelly doet een stap achteruit. De regel is
duidelijk: wie liefde toont, verliest zijn
herinnering. Maar ze kent de regel al. Ze kent
de man met het rode lint. Ze kent de stad die
verandert met de maan. Ze kent het boek dat niet
bestaat.
Ze laat haar hand los. De regel slaat toe. Haar
herinneringen verdwijnen. De Meedogenloze
Tegenstander kijkt haar na. Hij weet dat ze
terugkomt. Hij weet dat de wereld weer zal
veranderen. Maar voor nu is het stil. De vrouwen
staan in de straten, en niemand weet wat er is
gebeurd.
De maan blijft vol. Het licht blijft dansen. De
stad wacht op de volgende keer.


