Een huurder verlaat het dorp na de oorlog, laat

zijn huis leeg staan. De vrouw komt er terug,

zwaar getekend door trauma. Ze vindt een briefje

onder een vloerplank: 'Je moet hier blijven.'

Een man uit het oosten arriveert in het dorp,

met een verhaal over een verloren familie. Hij

weet van de briefjes, maar zegt niets. De vrouw

vraagt hem om hulp bij het opruimen, maar hij

weigert.

In de nacht verschijnt een schaduw in de tuin.

De vrouw rent naar het huis, maar de man staat

daar al. Hij legt een foto op tafel: een meisje

met haar gezicht. Ze herkent zichzelf, maar

nooit gezien.

De man vertelt dat hij een wraakplan heeft. De

vrouw weigert mee te doen, maar hij zegt dat ze

niet kan vluchten. De regels zijn duidelijk: wie

hier blijft, moet meewerken aan het herstel van

het verleden.

Ze ontdekt dat de man een document heeft over de

oorlog, gedeeld met de vrouw's vader. Ze besluit

het geheim te onthullen, maar de man brengt haar

naar de kelder. Daar ligt een oud persoonlijk

archief, opengelegd voor iedereen die het durft

te lezen.

De vrouw leest het, herkent haar eigen woorden.

De man zegt dat ze nu samen moeten werken, of ze

wordt gearresteerd als collaborateur. Ze knikt,

maar denkt al aan een plan.

De volgende dag ontmoet ze een politieman. Ze

geeft hem het document, zegt dat het een bewijs

is van de wraak. De man wordt gearresteerd, maar

de vrouw blijft. Ze begint een nieuw leven, met

een glimlach die niet meer verdwijnt.