De haven van Rotterdam raakt verlaten na de

oorlog. De stroom schepen stopt, de havens

worden leeg. Een jonge vrouw, in het zwart

gekleed, loopt door de oude kade. Ze zoekt haar

broer, die verdwenen is na de invasie. In een

schuilplaats onder een verlaten pakhuis vindt ze

zijn brief. Hij heeft zich aangesloten bij een

groep die de koloniale orde wil herstellen.

Een maand later wordt ze benaderd door een

vreemde man. Hij zegt dat hij haar broer kent,

maar niet als vriend. Hij noemt zich 'de

onverwachte bondgenoot'. Hij brengt haar naar

een vergadering in een voetbalstadion. Mensen

dragen militaire jassen, spreken over "de juiste

balans". Ze hoort stemmen die zeggen dat de

kolonies moeten terugkeren onder Nederlandse

controle. De vrouw weigert te geloven.

De volgende nacht wordt haar huis overvallen. Ze

ontwaakt met een mes tegen haar hals. De

aanvaller draagt een masker met een roos. Hij

zegt: "Je moet weten wie je echt bent."

Ze wordt

meegenomen naar een oude villa in de duinen.

Daar ontmoet ze haar moeder, die haar nooit

heeft verteld dat haar vader een koloniale

functionaris was. De vrouw ontdekt dat haar

broer geen rebellen leidt, maar een geheime

organisatie die de koloniale machtsstructuur wil

herstellen.

In een donkere kelder krijgt ze een keuze. De

man met de roos biedt haar een plek in de

beweging. Ze moet kiezen tussen haar verleden of

een nieuwe toekomst. Ze neemt de mes en snijdt

haar eigen hand open. De bloeddruppels vallen op

een kaart. Het is een kaart van de Indische

archipel. De man met de roos zegt: "Dan beginnen

we pas nu."

De volgende ochtend wordt de villa gevonden. De

politie zegt dat er niemand is geweest. De vrouw

loopt naar de haven. Ze ziet een schip

vertrekken. Ze weet niet of ze haar broer ooit

zal zien. Maar ze weet dat de wereld nu anders

is. De koloniale orde is niet voorbij. Het is

alleen verplaatst.