De vrouw draagt een gouden ketting met een

sleutel die ze nooit heeft gezien. Ze leeft in

een dorp in het zuiden, waar de oorlog nog niet

is gekomen, maar de spanning is voelbaar in elke

blik. Haar vader, een oudofficier, sterft

plotseling onder vreemde omstandigheden. De

plaatselijke politie weigert te onderzoeken.

De krant meldt dat de koloniale autoriteiten

nieuwe regels invoeren: iedereen moet zich

registreren als "Nederlands" of "

Indisch", geen

middenweg. De vrouw ontdekt dat haar vader een

verklaring had ingediend voor een nieuw

identiteitsbewijs, met een valse naam. Ze zoekt

naar bewijs in zijn kamer en vindt een map vol

documenten over een verloren stad in de Indies,

verbannen door de koloniale wetten.

Ze reist naar Batavia, waar ze een oude vriend

van haar vader ontmoet. Hij wijst haar op een

regel in de nieuwe wet: wie een '

geheim' heeft,

mag geen officiële status krijgen. De vrouw

begrijpt dat haar vader werd gedwongen om zijn

verleden te verzwijgen. Ze ontdekt dat hij een

leider was geweest in een streek die nu onder

controle is van een nieuwe koloniale macht.

In een donkere kelder vindt ze een brief van

haar vader. Hij schrijft dat hij een groep

mensen leidde die tegen de nieuwe regels

protesteerde, maar dat ze werden vernietigd. De

vrouw besluit om hun geschiedenis openbaar te

maken. Ze maakt een lijst van namen en stelt ze

bloot bij een lokale krant.

De volgende dag wordt ze gearresteerd. De

politie zegt dat ze een 'vergunning' moet

aanvragen om haar identiteit te bevestigen. Ze

wordt vastgehouden tot ze een vorm van

'toestemming' geeft. Ze weigert. De

vrouw wordt

vrijgelaten, maar haar naam wordt verwijderd uit

de registers. Ze verdwijnt van het toneel.

In het dorp blijven de herinneringen levend. De

jongeren beginnen te vragen naar de oude tijd.

De vrouw wordt een legende, een figuur die nooit

echt bestond, maar wiens verhaal blijft leven in

de gesprekken tussen ouders en kinderen.