De stad wordt getroffen door een onverwachtse

stroomstoring. Licht en geluid verdwijnen.

Iedereen ziet de hemel als een glanzende schil.

De oude tempel, verborgen onder het centrum,

begint te trillen. Een vrouw wakker wordt in het

donker, met geen geheugen, alleen een zwaard aan

haar zij.

Ze herkent het zwaard. Het is gemaakt van een

metaal dat niet bestaat in deze tijd. Ze loopt

naar buiten. De straten zijn leeg. Mensen staan

stil, alsof ze worden bekeken. Ze hoort stemmen,

maar geen woorden. Alleen geluiden van machines.

Ze vindt een boek. Het is geschreven in een taal

die ze herkent. De pagina’s vertellen over een

tijd waarin vrouwen de macht hadden. Ze leest

over een oorlog tussen technologie en mens. De

laatste strijd was eindigend met een geheim dat

moest worden verborgen.

Ze ontmoet een man. Hij zegt dat ze een

erfgenaam is. Dat ze moet kiezen: blijven zoals

ze is, of terugkeren naar de tijd waarin ze

moest vechten. Ze weigert. Ze wil alleen weten

wie ze was.

In het museum wordt een nieuwe expositie geopend.

De technologie die de stad gebruikt, blijkt

afgeleid van oude kennis. De vrouw ziet foto’s

van zichzelf, in een jarenveertig uniform. Ze

herinnert zich een oorlog. Een keuze die ze

maakte. Een verlies dat ze nooit kon vergeten.

Ze besluit om te vechten. Niet voor een oorlog,

maar voor het recht om te herinneren. Ze maakt

een plan. Ze moet de technologie stoppen,

voordat het alles vernietigt wat ze ooit kende.

De stroomstoring herhaalt zich. De stad valt

stil. De mensen beginnen te herinneren. De vrouw

staat op het plein. Ze trekt het zwaard. De

technologie probeert haar te doden. Ze weerstaat.

Ze herinnert zich wie ze was. En wie ze nu moet

zijn.

De stad herstelt. De technologie wordt aangepast.

De vrouw blijft. Ze is niet langer alleen. Er

zijn anderen die ook herinneringen hebben. Ze

begint een nieuw verhaal. Een verhaal zonder

oorlog, maar met herinnering.