Een oude stad aan de kust herinnert zich geen
oorlog. De straten zijn uitgegraven, de huizen
staan in hetzelfde licht als vijf eeuwen geleden.
De stenen zee onder de kerk is onveranderd, maar
de mensen weten niet dat het water een machine
is. Ze zien alleen de grotten en de rotsen.
De terugkerende veteraan loopt door de dageraad,
met een litteken op zijn hand. Hij heeft niets
meer te verliezen. Zijn ogen tonen een glans die
anderen niet begrijpen. Hij weet dat de zee niet
leeg is — er zit iets in, iets dat de tijd kan
breken.
Een vrouw uit het verleden verschijnt in de
regen. Ze draagt een jas van donkere wol, haar
gezicht is zo vaag als een herinnering. Ze noemt
hem bij naam, alsof ze hem al jaren kent. Ze
zegt dat hij moet stoppen met zoeken. Dat de
tijd geen vriend is. Dat hij al te ver is gegaan.
Hij neemt haar mee naar de grotten. De lucht is
zwaar, het geluid van het water is anders dan
wat hij kent. In de diepte vindt hij een
apparaat, oud en vol met ijzer. Het pulst met
een ritme dat niet menselijk is. Hij raakt het
aan, en het antwoordt. Het geeft hem een beeld:
een wereld waarin hij nooit was geboren.
De technologie is een wapen. Niet voor oorlogen,
maar voor herinneringen. Hij ziet hoe het land
verandert, hoe de mensen veranderen, hoe het
verleden wordt herschreven. Maar elke keer dat
hij probeert te veranderen, verandert hij zelf.
Zijn lichaam breekt, zijn geheugen lost op.
De vrouw blijft bij hem. Ze zegt dat hij moet
kiezen: de toekomst of het verleden. Maar de
keuze is niet vrij. Elke actie heeft een prijs.
Een man die hij vroeger kende, verdwijnt. Een
kind dat hij nooit had kunnen krijgen, sterft in
een andere tijd. De tijd is geen vriend, maar
een rechter.
Hij valt in de zee. Het water is koud, maar het
voelt alsof hij weer leeft. De technologie is
uitgeschakeld, maar de herinnering blijft. De
stad blijft zoals het was. De vrouwen lopen nog
steeds door de straten, zonder te weten dat ze
iets hebben verloren.
De terugkerende veteraan staat op. Hij ziet de
zee, en het water is weer stil. De vrouw is weg.
Hij weet dat hij nooit meer zal kunnen
terugkeren. De tijd is geen machine, maar een
schaduw. En hij is nu deel van de duisternis.


