De tempel in de jungle wordt geopend door een
onbekende vrouw die geen naam noemt. De
steenwanden zijn vol met teksten die niet
bestaan in de geschiedenisboeken. Ze zet een
kist open waarin een oorlogsbijbel ligt, met
bladzijden die bloedvlekken vertonen en geen
datum hebben. De lokale gemeenschap staat onder
toezicht van een oudere man die zegt dat de
tempel alleen opent voor degene die de plicht
draagt.
De vrouw ontdekt dat de bijbel geen verhalen
over goden bevat, maar instructies voor een
techniek die de tijd kan omkeren. Ze leest het
eerste hoofdstuk en voelt haar lichaam
veranderen: haar huid wordt jonger, haar stem
zachter. Een dorpshoofd die altijd tegen de
tempel was, probeert haar te verjagen, maar de
mensen beginnen te geloven dat ze iets
belangrijks heeft ontdekt.
Een week later verschijnt een groep soldaten in
de buurt. Ze zeggen dat de regering een
onderzoek instelt naar "vergankelijke
technologie". De vrouw weigert mee te werken. Ze
blijft in de tempel en leest verder. De laatste
bladzijde zegt: "Wie de tijd omkeert, moet ook
de consequenties dragen."
De soldaten breken de tempel binnen. Ze vinden
niets dan lege muren en een uitgedroogde fontein.
De vrouw is verdwenen. De dorpshoofd zegt dat
hij haar gezien heeft op de ochtend van de
invallen, maar dat ze niet meer terugkwam. De
bijbel is weg. De mensen beginnen te denken dat
ze een droom was.
In de maand na de invallen, wordt de vrouw
herkend in een stad verderop. Ze ziet er ouder
uit, met rimpels die niet daar mochten zijn. Ze
loopt door een straat waar vroeger een school
stond. Iemand roept haar naam, maar ze antwoordt
niet. De soldaten die haar zoeken, vinden haar
niet. De tempel blijft gesloten. De erfenis is
verloren, maar de plicht is niet verdwenen.


