De eenzame uitvinder bouwt een vliegende brief

in de kelder van zijn huis. Het apparaat kan

gedachten overbrengen via luchtstromen, maar

wordt geacht onwettig te zijn onder het nieuwe

reglement. Hij werkt met een vrouw die geen naam

heeft, alleen een zegel op haar hand. Ze brengt

hem brieven van mensen die al lang dood zijn, of

die nooit bestonden.

Het reglement verbiedt alle communicatie buiten

de toestemming van de Commissie. De uitvinder

krijgt een bezoek van een agent die zijn

vliegende brief ontdekt. De man laat een brief

vallen, gemaakt van papier dat niet verbrandt.

De uitvinder herkent het handschrift van zijn

moeder, die in 1943 verdween bij een

bombardement.

Hij maakt een tweede brief, deze keer gericht

aan de vrouw zonder naam. De brief vliegt naar

een plek waar niemand hem kan lezen. De agent

komt terug, ditmaal met een zwaar gewapende

groep. Ze pakken de uitvinder vast en stelen

zijn machine. De vrouw zegt niets, maar laat een

nieuwe brief vallen, gemaakt van een stukje van

zijn eigen jas.

De uitvinder wordt gevangen in een gebouw dat

geen adres heeft. Hij hoort stemmen in de muren,

en ziet schaduwen die bewegen zonder licht. De

vrouw zonder naam is er ook, maar haar handen

zijn geboeid. Ze geeft hem een nieuw stukje

papier, dat hij moet vouwen en in zijn mond

stoppen. Het smaakt naar roet en zout.

De agenten komen terug met een ander apparaat,

een machinespuit die geschikt is om gedachten te

wissen. De uitvinder weet dat als hij het niet

doet, ze zijn geheugen zullen wissen. Hij sluit

zijn ogen en denkt aan de eerste brief die hij

ooit maakte, de dag dat hij besloot dat de

wereld te stil was geworden.

De brief vliegt weg, en de machinespuit blijft

leeg. De agenten trekken zich terug, en de vrouw

zonder naam haalt zijn mond open. Ze legt een

klein stukje papier op zijn tong, dat hij moet

slikken. Het is hetzelfde papier als de brief

die hij had gemaakt.

De uitvinder wacht tot het licht weer aan gaat.

Er is geen lucht, maar hij hoort het geluid van

een vliegende brief. Het is niet van hem, maar

van iemand anders. Iemand die hem nooit heeft

gezien, maar die wel weet wie hij is.