Het lichaam van de vader wordt gevonden in de
rivier bij het dorp. De gemeente houdt het stil,
maar de dochter weigert te zwijgen. Ze zoekt
naar bewijs van wat er werkelijk is gebeurd.
De zusters zijn verdeeld: een wil het verleden
begraven, de ander wil de waarheid onthullen. De
jongste verlaat het dorp, met een map vol
documenten en een foto van haar vader op de dag
van de oorlog.
In de stad ontmoet ze een oude vriend van haar
vader, die herinneringen heeft aan een geheime
overeenkomst tussen lokale leiders en Duitse
soldaten. De man weigert te praten, maar laat
een brief achter met een adres.
Ze reist naar een verlaten villa buiten de stad.
Binnen vindt ze een archief met onderhandelingen
en betalingen. Een brief uit 1943 noemt haar
vader als "vertrouwensman". Ze
begrijpt dat hij
niet alleen was.
De politie komt. Ze vlucht door de bossen, met
alleen de map en de foto. Bij een brug stopt ze.
Ze ziet het gezicht van haar vader in het water.
Ze besluit niets te vertellen. De kaart van de
villa blijft bij haar.
De zusters krijgen geen antwoord. De gemeente
blijft stil. Maar de jongste houdt het geheim
voor zich, terwijl ze een nieuw leven begint in
de stad. De oorlog is voorbij, maar de eer
blijft levend.


