De man loopt door de verlaten straten van een

stad die nooit bestond. De lucht zit vol met een

zwaar, metaalachtig gevoel. Hij herkent niets,

maar zijn voeten weten waar te gaan. Een oude

muur met krassen oplicht als hij erlangs gaat.

De letters zijn in een vreemd dialect, maar hij

begrijpt ze: "Wij zijn degenen die vergeten."

Hij bereikt een open pleintje waar een spiegel

van glas en goud staat. Toen hij erin kijkt,

ziet hij zichzelf jonger, met een gezicht dat

hij niet herkent. De spiegel toont hem een ander

leven: een oorlog, een dode vrouw, een schuld

die hij nooit heeft erkend. Hij raakt de spiegel

aan. Het water trilt.

Het lichaam van de man verandert. Zijn huid

wordt transparant, alsof hij uit licht bestaat.

De wereld om hem heen vervormt. De straten

worden langzaam zwart, alsof de tijd zelf

terugdraait. Hij hoort een stem, zacht en zielig:

"Je bent niet de eerste die dit doet. Maar je

bent wel de laatste."

Hij valt in een kuil van rook. Wanneer hij weer

bij bewustzijn komt, zit hij in een kamer met

muren van gesponnen ijzer. Een man met een rode

mantel zit tegenover hem. Ze hebben dezelfde

ogen. De man zegt niets, maar de man weet dat

hij zijn eigen broeder is. De broeder legt een

kaart voor hem neer: een landkaart van een

verloren tijd, waarop de steden nog niet zijn

gebouwd.

De regels zijn duidelijk: elke keer dat hij een

herinnering verandert, verliest hij een stuk van

zijn lichaam. Hij kan niet meer slapen, niet

meer eten. Zijn bloed wordt zilver. De broeder

zegt: "Je moet kiezen. Wil je de wraak of de

verlossing?"

Hij kiest voor de wraak. Hij maakt een reis door

de spiegelwereld, waar hij de oorlog herleeft,

maar nu met de kans om het te veranderen. Hij

redt de vrouw, maar in plaats van haar te laten

leven, laat hij haar sterven om de geschiedenis

te behouden. De spiegel breekt. De wereld krimpt

in zichzelf.

Hij ontwaakt in een lege kamer. De spiegel is

verdwenen. Zijn lichaam is weer normaal, maar

zijn geheugen is leeg. Hij herinnert zich niets.

De stad is veranderd. De straten zijn leeg. Op

de muur staat een nieuw bericht: "Wij zijn

degenen die blijven."

Hij loopt weg. De lucht is helder. De zon

schijnt. Hij weet niet wat hij is geweest, maar

hij weet dat hij nu vrij is.