De wind draait om in het woud. Het dorp blijft

stil, alsof het ademhalen verboden is. De jagers

horen geluiden die geen menselijke oorsprong

hebben. Een vreemd licht trekt zich terug in de

bomen, en de grond trilt onder hun voeten.

Degenen die hier wonen weten niets van de vloek.

Ze leven met de stille angst dat iets uit het

verleden hen eindelijk zal vinden. De kluizenaar,

die al jaren in zijn hut zit, ziet dingen die

anderen niet kunnen zien. Hij weet dat de tijd

aan het veranderen is.

De eerste bloedsporen verschijnen op de weg naar

het dorp. Ze leiden naar een oud graf, waar een

zilveren ketting in de aarde ligt. De jonge

meester van het dorp, die altijd met zijn vader

heeft gesproken over de geschiedenis van het

land, vindt een oude brief in de kelder. De

woorden zijn vaag, maar hij herkent een naam:

"Lodewijk van der Meer".

Hij zoekt naar de laatste erfgenaam van de man,

maar de stad waar die zou moeten wonen is

verlaten. Alleen een oude vrouw herinnert zich

iets. Ze zegt dat Lodewijk de magie van het woud

had bestudeerd, maar dat hij haar nooit kon

controleren. Hij verdween in het jaar 1938, net

voor de oorlog.

De kluizenaar ziet het moment komen. Hij maakt

een ritueel klaar, maar de regels zijn duidelijk:

geen vuur, geen stemmen, geen licht. Als hij het

fout doet, wordt het woud een gevangenis voor

iedereen die er binnenkomt.

In de nacht van de volle maan begint het. De

bomen raken los van de grond. Het dorp raakt in

chaos. De mensen vluchten, maar de wegen zijn

versperd door wortels. De kluizenaar staat in

het midden van de plein, met de ketting in zijn

hand. Hij roept de naam van de man die hem

vroeger leerde.

Het woud antwoordt. De magie keert terug, maar

niet als een geest. Het wordt een kracht die het

dorp moet reinigen. De kluizenaar valt neer,

zijn lichaam verandert in een boom. De mensen

kijken toe, en voor het eerst in jaren voelen ze

hoop. Het woud is weer rustig. De vloek is

verbroken.

De jonge meester blijft in het dorp. Hij

schrijft de geschiedenis op, zodat niemand het

ooit vergeten kan. De magie is niet verdwenen —

alleen verplaatst. En in de stilte van het woud,

groeit iets nieuw.