De postwarafdeling van de Nederlandsche Bank

ontvangt een brief met een onbekende

handtekening. De inhoud is een code die alleen

kan worden gedecodeerd door een speciale machine

in het keldergedeelte van het gebouw. De brief

wordt geïdentificeerd als afkomstig uit 1932,

maar de datum op de envelop is geverfde vijftig

dagen later. De medewerker die de brief ontdekt,

blijkt een neef van de vermiste geliefde, een

journalist die in 1938 verdween tijdens een reis

naar de Indische archipel.

De bank weigert het bezoek van de politie, op

basis van een nieuw decreet dat alle financiële

instellingen verplicht tot geheimhouding over

'nietgecontroleerde communicatie'. Het

decreet

is ingevoerd na de inval van Duitsland in Polen,

en geldt voor alle documenten die duidelijk of

vaag verwijzen naar 'verdwijningen' of

'vergane

relaties'.

De journalist's vriendin, een schoolmeesteres

uit Utrecht, ontdekt dat haar vader in 1932 een

andere identiteit had. Zijn naam was niet op de

lijsten van de oorlogsweigeraars, maar hij werd

gearresteerd nadat hij een brief had geschreven

naar een vriend in Jakarta. De brief noemt een

'nieuwe werkelijkheid' en een '

samenwerking

tussen zuid en noord'. De schoolmeesteres vindt

de brief in een oude koffer, onder een foto van

haar vader met een man die ze nooit heeft gezien.

De bankmanager, die al jaren geheime betalingen

aan een buitenlandse stichting verricht, ontdekt

dat de code in de brief ook zijn eigen naam

bevat. Hij besluit de machine te gebruiken, maar

de codes zijn veranderd. De machine produceert

een luid geratel en een scherm toont een woord

dat hij niet begrijpt: 'verzwegen'. Hij wordt

gearresteerd door een groep mannen in donkere

jassen, die geen identiteitskaart tonen.

De schoolmeesteres ontmoet de man van de foto in

een café in Den Haag. Hij herinnert zich haar

vader als een man die 'de waarheid wilde laten

zien', maar hij weigert details te geven. Ze

ontdekt dat hij een lid is van een groep die

zichzelf 'de laatste boodschap' noemt.

Ze wordt

opgenomen in hun kring, maar krijgt een

waarschuwing: wie de waarheid zoekt, moet zelf

bereid zijn om te verdwijnen.

In het keldergedeelte van de bank wordt de

machine vernietigd. De code is onleesbaar

geworden, maar de bankmanager blijft levend.

Zijn armen zijn verbonden met draadjes die naar

een ander gebouw leiden. De politie vindt hem

slapend in een stoel, met een briefje op zijn

borst: 'De waarheid is geen plek, maar een keuze.

'