De trein stopt bij een klein station in het

zuiden. Een man in een donker jasje stapt uit,

met een tas vol papieren en een kaartje naar een

onbekende bestemming. Niemand weet wie hij is of

waar hij vandaan komt. De lokale krant noemt hem

"de vreemdeling" en schrijft over zijn

plotselinge verschijning in een tijd van stilte

en spanning.

In het dorp beginnen mensen te fluisteren. De

oude schoolmeester herkent een handschrift in de

papieren. Het is van een man die jaren geleden

verdween tijdens de oorlog, onderweg naar een

geheime missie. De kinderen horen het niet, maar

de ouders weten wat het betekent: een geheim

verleden dat nooit is vergeten.

De vreemdeling zoekt een huis aan de rand van

het bos. Hij zet zijn tas neer en begint te

lezen. In de nacht hoort hij een geluid. Een

meisje, twaalf jaar oud, klopt aan. Ze zegt dat

ze zijn naam heeft gehoord in de droom van haar

moeder, die al jaren niet meer slaapt. Ze brengt

een brief met een vlag erop — de vlag van een

land dat nooit bestond, maar waarvan iedereen

weet dat het echt was.

De dorpsraad besluit om hem te vragen te

vertrekken. Ze zeggen dat het niet veilig is,

dat de grenzen zijn gesloten en dat niemand meer

moet weten. Maar de vreemdeling blijft. Hij

begint te schrijven, op papier dat hij uit de

tas haalt. De inhoud is onleesbaar voor anderen,

maar de kinderen zien dat hij trilt terwijl hij

het doet.

Een week later wordt het dorp bedreigd door een

nieuwe regeling: alle buitenlanders moeten

verdwijnen. De vreemdeling wordt gearresteerd,

maar de meisjes die hem hebben gezien lopen naar

het politiebureau. Ze zeggen dat hij geen

vreemdeling is, maar een man die het verleden

wil herstellen. De politie weigert te luisteren.

Ze zeggen dat het verleden niets meer waard is.

De vreemdeling wordt meegenomen, maar op de weg

naar het noorden verdwijnt hij. De kinderen

vinden een brief achtergelaten, met een adres en

een woord: "Hoop". Ze lopen erheen,

door het bos,

langs het oude spoor. Het huis is leeg, maar op

de muur staat een nieuw handschrift — dezelfde

letters als in de papieren. De laatste zin is:

"Het verleden leeft nog."