De klok sloeg twaalf toen de stroom uitviel in

de laboratoriumruimte. De ingenieur, die nooit

had gedacht dat hij ooit zou vallen voor het

werk van de zwaarste klasse, stond plotseling

zonder herinnering aan wie hij was. Zijn handen

hadden net een nieuw soort energiegeleider

geïnstalleerd, een materiaal dat zichzelf leek

te herstellen bij elke schade. Het was de eerste

keer dat iemand zo'n proces onder controle kreeg.

Maar nu had het hem ook van zijn geheugen

beroofd.

In de week daarna liep hij door de straten van

Amsterdam, waar de lucht dik was van het gerucht

over de nieuwe technologie. De stadsregering had

erover gesproken om de elektriciteitsvoorziening

volledig te herschakelen naar dit systeem. Toen

hij op zoek ging naar een plek waar hij kon

slapen, zag hij een oude man met een hoed en een

knoopje op zijn jas. Die man keek hem aan alsof

hij hem kende. De ingenieur voelde een pijn in

zijn hoofd, alsof iets werd losgemaakt. De man

wees naar een café en zei: "Je zoekt je

antwoorden in de donkere stroom."

Het café was niet meer zoals vroeger. De muren

waren anders, de tafels stonden verder uit

elkaar. Een vrouw achter de bar keek op en zei

niets. De ingenieur voelde een vreemd soort rust.

Hij had hier al eerder gezeten. Toen hij het

glas water neerzette, viel er een briefje onder

de kop. Het was geschreven in een handschrift

dat hij herkende, maar niet kon plaatsen. "Je

bent veiliger als je niets weet," stond er.

"Maar als je wilt weten, ga naar de rivier."

De volgende dag nam hij een boot naar de haven.

Bij de steiger stond een man met een witte jas

en een rode pet. De ingenieur herkende hem

direct. Het was de man uit het café. De man gaf

hem een kaartje met een adres en een datum. "Je

moet daar zijn. Als je niet komt, wordt de

wereld anders." De ingenieur wist dat hij geen

keus had. Hij moest naar het adres.

Op de afgesproken dag stond hij voor een oude

villa aan de rand van de stad. De deur was open.

Binnen was het donker, maar er lag een lantaarn

op tafel. Bij het licht zag hij een foto van

zichzelf, jonger, met een andere man naast hem.

De man op de foto was dezelfde als die in het

café. In de hoek stond een apparaat dat hij

herkende van het laboratorium. Het was hetzelfde

als het materiaal dat hij had geïnstalleerd.

Maar hier was het groter, en het pulste met een

eigen ritme.

Toen hij het aanraakte, voelde hij een stroom

van herinneringen. Hij had het materiaal

ontwikkeld, maar het had hem ook veranderd. Het

had zijn geheugen verzwolgen, omdat het niet

alleen energie kon leiden, maar ook

herinneringen. De man in het café had hem

gewaarschuwd, maar hij had het niet geloofd. Nu

wist hij dat het niet alleen over technologie

ging. Het ging over wat het met mensen deed.

Hij liep terug naar het centrum. Op de plein

stond een groep mensen bij een nieuw gebouw. Ze

keken allemaal naar een scherm waarop het nieuwe

systeem werd getoond. De ingenieur wist dat het

nu begon. De wereld zou veranderen, en hij zou

erbij horen. Maar hij zou nooit meer hetzelfde

zijn.