De zon blijft vijf dagen boven de horizon. De
lucht kleurt rood, maar niemand spreekt erover.
Mensen kijken naar het hemellichaam alsof het
een geheim is dat ze niet durven uitspreken. De
jonge onderzoeker Maarten wisselt zijn jas voor
een mantel van stof en stapt uit het
treinstation in het dorp. Hij is hier om te
leren, maar wordt meteen aangevallen door een
kind dat schreeuwt: "Ze hebben je gevangen!
" Hij
voelt een pijn in zijn been, niet van de val,
maar van iets anders — iets wat hij niet
begrijpt.
In het dorp werkt hij als leerling bij de oude
dokter. De man heeft geen tijd voor woorden. Hij
toont Maarten een kaart met tekens die niet van
deze wereld lijken. "De natuur herstelt
zich,"
zegt hij, "maar niet zoals wij denken."
Een week
later ontdekt Maarten dat de mensen in het dorp
hun gezichtsvermogen verliezen. Ze zien alleen
de zon. Niemand weet waarom. Hij probeert het te
noteren, maar de pen glijdt van zijn vingers. De
regels van de natuur zijn veranderd. Wat eerst
was een dag, is nu een cyclus zonder einde.
Hij ontmoet een vrouw die zichzelf noemt "De
Vrouw van de Dood". Ze draagt een ketting van
koper en zegt dat de mensheid haar tijd heeft
gehad. "Je kunt dit niet stoppen," zegt ze,
"maar je kunt kiezen wie je bent terwijl het
gebeurt." Maarten weigert te geloven. Hij zoekt
een plek waar hij veilig is, maar elke plek is
dezelfde: rood, stil, vol van een zon die nooit
ondergaat.
Een maand na zijn komst verschijnt er een brief
in zijn kamer. Het is geschreven in een
handschrift dat hij niet herkent, maar de inhoud
is duidelijk: "Je bent niet de eerste. Je zult
niet de laatste zijn." De brief bevat een kaart
met een route naar een plaats die niet op de
kaarten staat. Hij gaat erheen. De weg is leeg,
behalve voor een groep mensen die zwijgend staan
te kijken naar de zon. Ze zeggen niets. Ze
houden geen spreuk vast. Ze zijn gewoon daar.
Toen hij thuiskomt, was het dorp leeg. De dokter
was verdwenen. De mensen waren weg. Alleen de
zon bleef. Maarten kiest ervoor om te blijven.
Hij ziet het licht, maar hij ziet ook de stilte.
Hij neemt de ketting van de vrouw aan. Hij weet
niet wat het betekent. Maar hij weet dat het
betekent dat hij nog steeds kan kiezen.


