De oude tempel in de woestijn wordt ontdekt door
archeologen. Binnen staat een zegel dat geen
tijd kent. De grond trilt als het wordt
aangeraakt.
De dromer, een jonge man uit een vergeten stam,
herkent het symbool. Hij weet dat het een oproep
is. Hij wordt gevolgd door wachters die nooit
slapen.
Het land begint te vallen. Dijken breken. Steden
worden overweldigd door rivieren die niet
bestonden. Mensen vluchten naar de bergen. De
regering blijft zwijgen.
De dromer vindt een oude kaart. Het leidt naar
een stad onder de zee. Daar ligt het hart van de
oude wereld. Hij moet beslissen: de stad
vernietigen of erin leven.
Hij kiest voor vernietiging. De laatste steen
valt met een knal die de hemel splitst. De
mensen houden hun adem in. De zee trekt zich
terug.
De dromer blijft alleen. Hij hoort niemand meer.
De wereld is leeg. Hij zit op de klip en kijkt
naar het water. De zon gaat onder. Er is niets
meer te verlieren.


