De stroomverdeling in de stad breekt.

Elektriciteit verdwijnt van de kaart. De

elektriciens vinden geen fout, maar het licht

blijft uit. Een man met een rood bandje op zijn

mouw zegt dat het systeem is veranderd. Hij

noemt zichzelf 'Mannen', maar niemand

kent hem.

In een verlaten kerk wordt een gouden sleutel

gevonden. De sleutel past in een deur die niet

op de plattegrond staat. Mensen beginnen te

dromen van een tijd zonder regels, zonder

wettelijke beperkingen. De stadsbesturen laten

een onderzoek instellen naar 'verdwenen

pleinen'.

De manipulatieve verleider, een voormalig

schoolmeester, ontdekt dat de sleutel toegang

geeft tot een ruimte die buiten de tijd ligt.

Het is een stad van glas en schaduw, waar mensen

niet kunnen sterven. Hier worden regels hersteld

door kracht, niet door wetten. De verleider weet

dat hij niet mag blijven, maar de stad trekt hem

aan als een magnetische kracht.

Een vrouw uit de oude tijd verschijnt. Ze heeft

een litteken op haar arm en spreekt een taal die

niet meer wordt gesproken. Ze zegt dat de stad

is gebouwd om de moreel verval van de moderne

wereld te vervangen. Maar de verleider ziet dat

de stad zelf ook verrot is. De muren trillen bij

elke gedachte.

De verleider besluit te vluchten. Hij draait de

sleutel om en de stad smelt weg. De

elektriciteit keert terug, maar alles is anders.

De mensen herinneren zich geen dromen. De

verleider houdt de sleutel vast, maar weet dat

het geen oplossing is.

Een nieuwe dag breekt aan. De stroom werkt weer.

Niemand weet wat er is gebeurd. De verleider

loopt door de straten, met een zwaar hart en een

lege hand. De stad is verdwenen, maar de vraag

blijft: wat is er echt geweest?