Hij verkoopt zijn oom's vissersboot in de

Noordzee voor een nieuw bestaan in Amsterdam. De

zee blijft zijn onbereikbare liefde.

Zijn nieuwe baan als ambtenaar leert hem de

eindeloze papierworsteling van het koloniale

systeem. Hij ontmoet een vrouw met een geheim

over de oorlog. Ze wijst hem op een oude kaart,

gemaakt door een vergeten volk dat de zee

controleerde.

Hij reist naar een verlaten dorp aan de kust. De

inwoners noemen het 'De Stille Zee'. Ze laten

hem een onderwatertempel zien, waar het licht

niet doordringt. Een stenen leeuw houdt de

ingang.

Hij voelt de kracht van de tempel. De muren

trillen wanneer hij erlangs loopt. De vrouwen

van het dorp vertellen hem dat de leeuw een god

is, die alleen wordt gewekt door iemand met een

duidelijk doel.

Hij denkt aan zijn oom, die jaren geleden

verdween bij een zeeongeval. Hij zet een voet in

het water. De leeuw springt.

Het water verandert. Het wordt donker en zwaar.

De tempel verandert in een haven. De mensen

beginnen te fluisteren: hij is de nieuwe koning.

Hij moet kiezen: de oude macht gebruiken om het

land te veranderen, of zichzelf vernietigen om

de zee vrij te laten.

Hij laat de leeuw terugvallen in de steen. De

zee sluit zich weer. De tempel verdwijnt. Hij

keert terug naar Amsterdam, zonder sporen.

De regering zoekt hem. De vrouwen van het dorp

worden verdwenen. De zee blijft stil.

Hij weet dat de macht nog altijd onder hem ligt.

Maar hij heeft gekozen.